· 

We laden te weinig op

Structureel ‘op’ zijn hoort helemaal niet bij het leven, zegt bedrijfsarts Willem van Rhenen. „We negeren de vraag: wat gééft energie?”

 

 

Ook zelfstandig ondernemers melden vaker psychisch vermoeidheid door het werk (burn-outklachten), al is de toename kleiner dan bij werknemers:

  • 9 procent in 2017, tegen 8 procent in 2015.

De vermoeidheid nam onder bijna alle leeftijdsgroepen toe. 

 

Werknemers van 25 tot 35 jaar waren met bijna 20 procent het vaakst psychisch vermoeid door het werk.

Onder zelfstandig ondernemers waren dat de 35- tot 45-jarigen (bijna 11 procent). 


"Volgens Van Rhenen gaat het om de dingen die ons structureel gelukkig maken. Dat kan je halen uit je privé maar ook uit het werk. Een goede gezondheid, een gevoel van autonomie, een vertrouwensband met je collega’s, mogelijkheden om door te groeien en dingen bij te leren. s’ Ochtends opstaan met het gevoel: ja ik heb er zin in!"


Allemaal samen moe:

Moe opstaan, geen energie meer hebben aan het einde van een werkdag – dat hoort nu eenmaal bij het leven. Weekenden en vakanties gebruiken om weer op adem te komen: óók logisch, daar zijn vrije dagen voor. En zo gek is het toch niet, om tegen zessen ‘op’ te zijn? Dan plof je gewoon op de bank.

 

„Dat is gemeengoed geworden. Zo van: nou ja, morgen weer een dag”, schetst hoogleraar en bedrijfsarts Willem van Rhenen. Maar op die manier moe zijn hoort helemaal niet bij het leven, vindt hij. „Zelfs al zijn we daar met z’n allen van overtuigd geraakt.”

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat 16 procent van de werknemers tussen de 15 en 75 jaar oud zich minstens een paar keer per maand psychisch vermoeid zegt te voelen door het werk. In 2015 was dat nog 13 procent.

 

Zulke vermoeidheid werd gebaseerd op ‘symptomen’ als:

  • Leeg gevoel na een werkdag
  • ’s Ochtends moe opstaan 
  • Moeite hebben met mensen samen te werken.

Belangrijke indicaties van een burn-out, maar tegelijkertijd toch tamelijk geaccepteerde vormen van vermoeidheid.

Bron: Centraal bureau voor de statistiek. 

"We benaderen en behandelen werkstress nog altijd verkeerd"

We benaderen en behandelen werkstress nog altijd verkeerd, liet Van Rhenen, die naast bedrijfsarts ook hoogleraar bevlogenheid aan Nyenrode Universiteit is, in een reactie op dat nieuws weten. Via arbeidsorganisatie Arbo Unie, waar hij in de raad van bestuur zit, sprak hij zich zelfs nadrukkelijk uit: „Er wordt helemaal niet naar de juiste oorzaken van stress gekeken.”

 

Want als uitputting er maatschappelijk ‘gewoon bij hoort’, dan blijft het moeilijk om op tijd te zien: die begint opgebrand te raken, legt hij uit. „Terwijl zo’n vermoeidheid er intussen wel voor zorgt dat prestaties slechter worden en er meer ongelukken gebeuren.”

 

Maar de belangrijkste misvatting is volgens Van Rhenen dat wanneer we die vermoeidheid wél serieus nemen, we nog te vaak denken: ‘Ik werk te hard, te véél.’ „Terwijl we in feite niet voldoende opladen.”

  • Willem van Rhenen (1958) is bedrijfsarts bij arbeidsorganisatie Arbo Unie, waar hij sinds 2017 ook in de raad van bestuur zit. Sinds 2010 is hij hoogleraar bevlogenheid en productiviteit aan de Nyenrode Universiteit en in 2011 werd hij ombudsman bij PostNL. Van Rhenen studeerde medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam.

 

„Wie stress wil voorkomen of tegengaan, moet op zoek gaan naar de reden dat we uitgeput raken."

Legt dat verschil eens uit.

 

„Wie stress wil voorkomen of tegengaan, moet op zoek gaan naar de reden dat we uitgeput raken. Dan denken mensen vaak: ik verbruik te veel energie. Maar daar is helemaal niets mis mee. Het probleem is dat er te weinig energie bij komt. Dus wat we zelf, maar ook leidinggevenden, nog te vaak doen op het moment dat iemand veel stress ervaart, is minder gaan werken of een werknemer ontzien. Terwijl we daarmee een fundamentele vraag negeren: wat gééft energie?

 

„Ik hoor mezelf dit vaak herhalen, maar het blijft een mooi voorbeeld. Op het moment dat mijn telefoon leeg is, leg ik hem dan een week op de vensterbank, of hang ik hem aan een oplader? Dat is het verschil.”

 

Hoe vertaalt zich dat naar het werk?

 

„Dat heeft niet alleen met werk te maken. Als bedrijfsarts vraag ik mensen weleens: ‘Wat doe jij om jezelf op te laden?’ ‘Ik sport.’ Dat is interessant, zeg ik dan, want volgens mij kost dat vooral energie. Ik snap wel dat het voor een tijdelijke opleving zorgt, een schwung, maar wat geeft je méér energie dan je had? En dan zie je dat mensen soms al lang niet meer weten waar ze werkelijk plezier in hebben. Het begrip hobby is zelfs een uitstervend fenomeen.”

 

Het gaat om de dingen die ons structureel gelukkig maken, zegt Van Rhenen. Dat is individueel, en kun je zowel uit je persoonlijke leven als uit werk halen. Al zijn er wel een aantal wetmatigheden aan te wijzen.

 

Of we gezond zijn speelt bijvoorbeeld mee. En of we voldoende zeggenschap hebben over hoe we onze tijd indelen. Op het werk is een gevoel van autonomie belangrijk, een vertrouwensband met collega’s en genoeg mogelijkheden om door te groeien en nieuwe dingen te leren.

Vind je jouw job niet meer zo interessant of heb je werknemers die niet langer bij de les zijn?

Met Ubuntu by WISL voorzien we een gratis analyse van jouw onderneming en gaan we de betrokkenheid van je medewerkers na. 

 

Neem gerust contact met ons op.

Voor meer informatie:

Het volledige artikel lees je hier: NRC